Nieuwsberichten

Wat gebeurd er bij VWS

Werkgroep Kwaliteitsverbetering Stoma Hulpmiddelen

Aanleiding
De afgelopen tijd zijn (ook vanuit de kamer ) steeds vaker geluiden te horen dat de kwaliteit van de hulpmiddelenzorg onder druk staat. Zorgverzekeraars zouden vooral sturen op beheersing van de kosten per hulpmiddel dan op kwaliteit en integrale (totaal)kosten. Om een beter beeld te krijgen heeft VWS aan ZonMw gevraagd om een verkenning naar de stand van zaken rond de extramurale (via de Zorgverzekeringswet verzekerde) hulpmiddelenzorg te doen.

(http://www.zonmw.nl/nl/onderzoek-resultaten/doelmatigheidsonderzoek/goed-gebruik-hulpmiddelen/)
ZonMw signaleert uit de praktijk zorgen over de kwaliteit van de hulpmiddelenzorg, de keuzevrijheid, de productkwaliteit en het toezicht.
Het lijkt erop dat de verschillende partijen hun rol in de hulpmiddelenzorg nog niet optimaal invullen. Daarbij gaat het onder meer om het toezicht op kwaliteit door de Inspectie van de Gezondheidszorg, duiding van de aanspraak door het Zorginstituut Nederland en toezicht op de markt (en zorgplicht) door de Nederlandse Zorgautoriteit.
Er is onvoldoende data beschikbaar over de meerwaarde (baten) van hulpmiddelenzorg, het ontbreekt goeddeels aan professionele richtlijnen, protocollen en aandacht voor hulpmiddelenzorg in bij- en nascholing. De gebruiker staat niet sterk genoeg en beschikt niet over voldoende onafhankelijke product- en keuze-informatie.
ZonmW heeft geadviseerd om een aantal werkgroepen samen te stellen om acties ter verbetering van de gesignaleerde knelpunten voor te bereiden. Er is een samenhangend geheel van acties nodig vanuit de vier perspectieven die in het rapport genoemd worden:
• de positie van de gebruiker,
• het functioneren van de markt (inclusief de rol van de zorgverzekeraar)
• de bijdrage vanuit de wetenschap
• de rol van de zorgverlener

De werkgroep
In april 2016 zijn de werkgroepen (stoma, continentie en diabetes) voor het eerst bij elkaar geweest. Binnen de werkgroep stoma zijn alle ketenpartners vertegenwoordigd; patiënten, V&VN stomaverpleegkundigen (Ineke Claessens, Marleen Richards), leveranciers, fabrikanten en zorgverzekeraars.

Het overleg heeft als doel om te komen tot afspraken of een convenant waardoor de kwaliteit van hulpmiddelenzorg voor de patiënt eenduidig, transparant en aantoonbaar verbetert, met als uitgangspunt: “het juiste hulpmiddel bij de juiste patiënt; eenvoudig waar het kan, ingewikkeld waar het nodig is”.

Te bereiken resultaten:

• Het voorschrijven en leveren volgens kwaliteitsnormen en richtlijnen waarin is opgenomen;
o welk hulpmiddel passend is bij welke indicatie;
o wie/wanneer de indicatie bepaalt;
o kwaliteitscriteria en functionaliteiten van producten;
o aandacht voor de kosteneffectiviteit en doelmatigheid

• Het implementeren van kwaliteitsnormen, richtlijnen en protocollen in de praktijk
• Conform de richtlijnen effectief inkopen en sturen op de beheersing van de kosten.
• Relevante vragen die onder andere een rol spelen zijn:
o Wat is de positie van de gebruiker (keuzevrijheid versus aanspraak)?
o Wie heeft regie bij ontwikkeling en implementatie van richtlijnen?
o Wie heeft de regie bij het ‘voorschrijven?
o Hoe zorgen we voor meer transparantie (kwaliteit en prijs inzichtelijk)?
o Hoe zit het met verantwoordelijkheden in de keten?
o Hoe zorgen we voor een optimaal contracteerproces dat daarbij aansluit?
o Hoe houden we het systeem open voor innovaties en nieuwe concepten?

Uitgangspunten
Binnen de werkgroep is overeenstemming over de rol van richtlijnen en de wijze van voorschrijven. Ook is de werkgroep het erover eens dat het belangrijk is dat bij het indiceren van een geschikt hulpmiddel wordt uitgegaan van ‘functioneringsgericht voorschrijven’. Dat wil zeggen dat bij het voorschrijven rekening wordt gehouden met de omstandigheden die het functioneringsprobleem van de gebruiker bepalen

Gesignaleerde knelpunten
• onvoldoende functiegericht voorschrijven
• onvoldoende uniformiteit in voorschrijven
• Hulpmiddelen protocol voor mensen met een stoma , maart 2014. is ingewikkeld; niet gedigitaliseerd en niet geïmplementeerd
• database van producten ontbreekt (CLiq)
• onduidelijkheid over rolverdeling
• wie heeft de regie waarover en wanneer
• er is een gebrek aan onderling vertrouwen
• toegankelijkheid stomazorg na eerste fase is niet geborgd
• deel van de zorg in de richtlijn wordt niet bekostigd
• stomazorg is niet eenmalige maar terugkerende zorg (cyclisch)
• ontbreken kwaliteitsindicatoren/meetinstrumenten
• ontbreken van transparantie over product prijzen
• geen transparantie over afspraken verzekeraar met leverancier
• voor de stomadrager mist informatie/is onduidelijk:
o wat de keuzemogelijkheden zijn
o wie de leverancier is
o wie de regie heeft

Oplossingsrichtingen
• formuleren van eenduidige begrippen
• volgens digitaal protocol Functioneringsgericht voorschrijven
• meetinstrumenten ontwikkelen (CQ, PROMS)
• protocol gekoppeld aan databank (patiënten materiaal) -cyclisch
• meer transparantie over daadwerkelijke kosten van het product t.o.v. de Hulpmiddelenzorg ( ook transparantie in de belangen van alle partijen)
• toegang tot deskundige zorgverleners verbeteren (bekostigen)
• goede patiënten informatie
• financiering van voorwaarden voor zelfmanagement (=toegankelijkheid)
Resultaat
functiegericht voorschrijven dankzij indicatieprotocol waardoor de onduidelijkheid over de regie is opgelost en de transparantie over prijs en afspraken niet in de weg staat dat de patiënt het meest adequate hulpmiddel ontvangt.

Aanpak om resultaat te bereiken
1. eenduidige begrippen en terminologie
2. werkbaar digitaal FG voorschrijfprotocol
3. toegankelijkheid verbeteren incl. passende financiering.
Status werkgroep
Binnen de werkgroep is consensus gevormd over het zorgcontinuüm stomazorg. Dit model beschrijft het totale pad (proces) dat de patiënt loopt, zowel intra als extramuraal en zowel pre- als postoperatief. Zorgcontinuüm beschrijft vier fasen met daarbij de voorwaarden voor goede hulpmiddelen zorg, de voorschrijver Dit model vormt de basis voor de verder te nemen stappen.
Ook is er gewerkt aan een generiek kader. Dit generiek kwaliteitskader hulpmiddelenzorg zal als blauwdruk gaan dienen voor de gehele hulpmiddelenzorg. Afgesproken is dat het Zorginstituut voor het generieke kwaliteitskader hulpmiddelenzorg, vanuit haar secretariële rol, als penvoerder zal optreden. Het generieke kwaliteitskader is gebaseerd op de resultaten van de werkgroepen.
Dit document zal op 21 december aan de minister worden voorgelegd voor akkoord
Tot slot is er een woorden en begrippen lijst binnen de werkgroep vastgelegd, om te voorkomen dat we elkaar mogelijk niet begrijpen omdat we een andere interpretatie aan een begrip toekennen. Ook deze begrippenlijst zal op 21 december 2016 voor akkoord.
In januari komt een deel van de werkgroep weer bij elkaar om verder te werken aan het vereenvoudigen van het protocol stomahulpmiddelen, zodat het ook mogelijk digitaal beschikbaar gesteld kan worden en wordt er nagedacht over een manier om de productkenmerken zo goed mogelijk inzichtelijk te maken. Dit alles met de kennis en ervaring opgedaan in eerdere trajecten (Cliq, Vecozo, stomaplatform protocol hulpmiddelen).
In de volgende nieuwsbrief laten we je graag weten wat de vorderingen zijn!


Gepubliceerd:23-01-2017
Aantal keer bekeken:694

Marian de Koning zegt:
Succes leden van de werkgroep!
Het is heel belangrijk wat jullie doen en het zal niet altijd meevallen.
vrijdag 10 februari 2017 17:50

Reactie(s)
Geef je reactie

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

Website